Permacultuur moestuin

25 juni 2020

Inleiding

Misschien heb je weleens gedacht hoe fijn het zou zijn om eigen groenten direct uit je tuin te halen. En misschien was je er al mee bezig geweest, maar bent gestopt omdat het te moeilijk was en te weinig opbracht. Dan heb ik deze handleiding voor jou geschreven want beide bovenstaande gevoelens heb ik gekend maar ik heb ontdekt hoe het leuker en gemakkelijker kan. Je kunt vrij van onderstaande gebruik maken, je kunt het downloaden of aan anderen doorgeven, dat is precies de bedoeling.

Sinds ongeveer 1982 ben ik bezig met een moestuin. Ik heb bij veel mensen gekeken hoe ze het deden en heb een cursus Biologisch Tuinieren gevolgd en wat boeken doorgenomen. Ik bleef onzeker en vaak vroeg ik mijn leraar hoe ik moest omgaan in bepaalde situaties.

De Biologische Dynamische manier heb ik 2 jaar geprobeerd maar zag geen verschil met de Biologische. Ik had wel wat gelezen over Permacultuur maar het sprak me niet aan.

Bij toeval kwam ik in 2008 in La Gomera in aanraking met Permacultuur. Ik had daar een satsang retraite en bij aankomst werd een excursie Permacultuur aangeboden voor wie wilde. Het was een middag van 2, hooguit 3 uur maar de verteller boeide me mateloos en er kwam iets van inspiratie en waarheid door. Ze hadden naast vruchtbomen een uitgebreide groentetuin, alles min of meer door elkaar. De man vertelde dat het zilte grondwater niet bevorderlijk was voor de opbrengst. Ze vroegen een Permacultuur specialist om advies. Met de veranderingen die ze aanbrachten kregen ze een opbrengt van 12x zo groot!

Weer in Nederland zocht ik naar een boek over Permacultuur en kwam ‘Tuinen van overvloed’ tegen van Fransje de Waard. Alweer, het boek raakte me diep, ik absorbeerde de waarheid over de relatie tussen de natuur en de mens die er in beschreven stond.

Het volgende seizoen ging ik over op Permacultuur. Dat heeft me plezier, creativiteit, improvisatie, met de natuur meewerken en wonderen gebracht! En….ik belde mijn leraar nooit meer met vragen; de natuur is mijn leraar geworden!

Na enkele jaren kreeg ik bij toeval bezoek van een kenner op het gebied van duurzaamheid en agricultuur. Hij bewonderde mijn moestuin, vertelde me nog het een en ander en zei dat ik wel excursies in mijn tuin kon geven. Ik wist dat hij gelijk had, ik was gepassioneerd van Permacultuur en zag de wonderen ervan. Vanaf toen ‘gaf ik Permacultuur door’ in de vorm van een cursus plus excursie in mijn moestuin, tezamen gedurende een middag (terwijl een cursus biologisch tuinieren al gauw 6 dagdelen in beslag neemt).

Theorie
Om met de natuur mee te werken mag je in de eerste plaats kijken en ‘luisteren’ naar de natuur in je tuin. Stilstaan, waarnemen, op je in laten werken, erdoor geraakt en geïnspireerd worden. Met de natuur meegaan betekent zo weinig mogelijk doen en de natuur het voor je laten doen. Als je een beetje de natuur hebt waargenomen weet je welk een scheppingskracht er in zit. Daar gaan we niet tegenin werken maar ermee samen; daarvoor is het nodig om steeds weer waar te nemen voordat we gaan doen: wat zijn de natuurwetten en hoe kunnen we slim van de scheppingskracht gebruik maken?

Permacultuur is holistisch, wat betekent: het kijkt naar en betrekt het geheel. Net als Holistische Geneeskunde is Permacultuur niet specialistisch. Aangezien ieder mens uniek is en ook iedere tuin, schept eenieder zijn eigen unieke Permacultuur Tuin.

Wat ik verder ga beschrijven gaat slechts over de beginselen van de natuur, de Permacultuur Moestuin en hoe ík die doe. Neem die tot je en ga dan er op los! Echte fouten kun je niet maken als je probeert met de natuur mee te gaan, enkel verbeteringen en wat een genoegen dat dit geeft !

De basisprincipes
1. Goed gebruik maken van aarde, zon, water en lucht (wind).
2. De aarde blijvend bedekken.
3. Rust voor de bodem en daarmee voor het bodemleven.
4. Creëren van een grote biodiversiteit.
5. Composteren in de moestuin zelf.
6. Driedimensionale tuinieren.
7. Alle organisch materiaal composteren!

Ad 1.
Nederland heeft slechts een korte warme periode. Groenten verbouwen doe je op een plek waar veel zon is gedurende de dag. Als je de wind weet tegen te houden wordt die plek warmer en groeien je groenten beter. Je kunt proberen beschutting te vinden of te creëren aan de west, noord en oostkant. Dit door (bestaande) schuttingen of muren te gebruiken, door wallen aan te maken of door struiken of heggen aan te planten.

Je kunt wallen scheppen in een U-vorm met de opening naar het zuiden. Je kunt de U-vorm of paardenhoef zo creëren dat de buitenkant hoog is en het geleidelijk afloopt naar het midden van de U. Dan hoef je om te begieten alleen aan de hoge buitenkant het water te laten lopen; het vloeit dan vanzelf naar het midden toe.

Behalve beschutting tegen wind is er wat het aspect lucht betreft de luchtige bodem, maar dit komt vanzelf door het bodemleven als we de volgende maatregelen treffen.

Vocht: een permacultuur moestuin hoef je vanwege de bedekking (zie verder) bijna niet te bewateren. De afgelopen drie zomers waren echter uitzonderlijk warm en droog. Ik heb daar 3 dingen op gevonden:

1. Dit doe ik al jaren: ik steek pvc buizen van plm 7 cm doorsnee en een lengte van 25 cm of meer in de grond. De afstand ongeveer 80 cm en de diepte zodanig dat de buis een cm of 2 tot 5 uitsteekt. Bij droogte giet ik daar water in bij planten die al geworteld zijn. Het voordeel is dat het vocht meteen bij de wortels komen en niet aan de oppervlakte verdampt.
2. Bij nieuwe zaailingen en kleine plantjes maak ik een kuiltje om de plant heen en begiet alleen in de kuil.
3. Momenteel heb ik een dak in de buurt van mijn moestuin. Al het regenwater leid ik door de moestuin heen.

Ad 2.
Een natuurwet is dat kale aarde meteen bedekt wordt door pioniersplanten welke we ‘onkruiden’ noemen. Als je de aarde kaal wilt hebben heb je 2 nadelen: je moet voortdurend werken (schoffelen, wieden én meer begieten want een kaal oppervlak verdampt meer). In de Permacultuur mulchen (bedekken) we met stroo, gras maaisel, blad, uitgetrokken onkruid of ander Groenten, Fruit en Tuin (GFT) afval. Het hangt van jouw behoefte aan netheid af wat je ín het seizoen gebruikt voor bedekking. In principe kun je keukenafval op de bedden leggen of op warme droge dagen zelfs uitgetrokken onkruid. Dat scheelt heen en weer lopen naar de composthoop. Een bedekte aarde blijft goed vochtig en als derde voordeel van mulchen geldt dat onkruiden moeilijker nestelen. Behalve een vochtige aarde krijgen we met mulchen een rulle grond doordat de wormen bezig zijn onder die laag mulch.

Echter, de aarde bedekt houden lukt bij bepaalde planten niet zo goed zoals bij wortelen.

Ad 3.
De aarde niet omspitten, omwoelen of betreden!
Omspitten, omwoelen en openbreken geeft verstoring in het bodemleven waar we graag mee samenwerken. Betreden geeft een platgedrukte vaste bodem die slecht toegankelijk is voor water, bodemleven en groenten als wortels, pastinaak en schorseneer.
Dus bij de voorbereiding in de herfst/winter (zie verder) je bedden en paden bepalen en verder alleen op de paden blijven.
Als je niet omspit, hoe krijg je dan je aangebrachte mest of compost onder de grond bij de wortels van je planten die ze nodig hebben? Dat doet het bodemleven en de regen!

Ad 4 .
In de Permacultuur doen we meerdere soorten planten op één bed. Dit is een verschil met de biologische tuinbouw waar maar 1 of 2 soorten geplant/gezaaid worden. Meer diversiteit geeft gezondere planten. Ik heb meestal 3-5 soorten groenten op 1 vierkante meter en soms laat ik opgekomen wilde bloemen staan.

Als je gaat zaaien kun je de zaden door elkaar doen en maar kijken wat er opkomt en goed wil groeien. Als je opgekweekte plantjes in de aarde zet, doe er dan van alles tussen elkaar. Hou wel rekening met de soorten die meer of minder voeding nodig hebben, zie verder.

Ad 5.
Doordat je probeert de aarde zoveel mogelijk bedekt te houden is er voortdurend compostering in je moestuin zelf want de bedekking wordt aan de onderkant opgevreten door het bodemleven (bacteriën, insecten, wormen) en omgezet in meststoffen.
In westerse rijke landen zijn we wat netter dan in arme (oosterse); zo zien we ook een verschil in hoe we met een dood lichaam van mens of dier omgaan. In de arme oosterse landen zien we sneller kadavers of lijken. Indien je composteert in de moestuin zelf doe je eer aan het gezegde ‘de ene zijn dood, de ander zijn brood’. In je moestuin is er niet alleen ruimte voor ‘productie’, maar ook voor het afbrekingsproces.

Ad 6.
Dit is meer voor grotere tuinen, daar kun je vrucht- en notenbomen en of bessen door de moestuin heen planten. Een ander voorbeeld van driedimensionaal is het laten klimmen van planten als komkommer en pompoen. Stokbonen moeten al omhoog. Daaronder kun je nog wortelen, bieten of iets anders zaaien; deze zijn vroeger in het seizoen, dus tegen de tijd dat je de bonenzaden in de grond doet zijn er al kleine wortel en bieten plantjes die gedurende het seizoen gewoon doorgroeien en ook nog nadat je de bonenplanten weer weggehaald hebt. Het zijn dan winterpenen en winterbieten geworden terwijl de zaden voor de zomer waren.

Ad 7. Verderop vind je hoe je een composthoop kunt maken. Echter, het beste voor je hele tuin en voor het milieu is dat je al het organische materiaal uit je tuin en keuken zelf verwerkt en daarmee je tuin verrijkt.
Weet dat er veel energie (aardolie) gebruikt wordt als je groenafval, bladeren en takken wegdoet. De groene container, de vrachtwagen die ze ophaalt, de fabriek die er compost van maakt, de plastic zakken waar het ingedaan wordt, de vrachtauto’s die ze naar de tuincentra brengen, jouw auto om die zakken weer op te halen: 6x energie verspilling!
Met een beetje inventiviteit kun je ook takken en bladeren verwerken, bijvoorbeeld onder struiken of bomen.

[ Op het moment van schrijven zit ik 1,5 jaar in een nieuwe woning waar de grond erg arm was. Onder de 10-15 cm aarde kwam ik geel of rood zand tegen. Dan ga ik niet -zoals velen doen- al het zand wegscheppen en vervangen door bemeste tuinaarde of compost, maar ik verrijk de grond door alles te composteren en paardenmest toe te voegen. Wij doen nooit GFT, bladeren of takken weg; alles wordt gecomposteerd. En de moestuin levert al aardig wat op. Het is een kunst om al het organisch afval te recyclen in je tuin, ook takken, stammen en as. Probeer het maar, je wordt er creatief van!]

Een composthoop is door iedereen gemakkelijk te maken. Het is goed voor de tuin en het milieu. Zo bouw je een composthoop op:
– Een laag van 20 cm tuinafval (onkruid, blad, gras) en keukenafval (alle schillen, ook van sinaasappel en mandarijn, theezakjes en koffieprut, eierschalen, als je niet bang bent voor ratten ook restant eten).
– Een laag mest van 5-10 cm; indien de tuin nog arm is kun je een dikkere laag toevoegen.
– Een flinter dun laagje kalk wat de pH omhoog brengt zodat het composteren sneller gaat.
– Dan opnieuw die 20 cm tuinafval enz.
– De uiteindelijke hoogte bepaal je zelf.
– Afdekken met stro en of gras maaisel.

Alle boeken vinden dat je de hoop een keer moet omgooien. Ik doe dat niet omdat de vertering bij mij snel gaat en ik het niet erg vind om half gecomposteerd materiaal in de herfst op de moestuin te doen.

Verschil Permacultuur Biologisch
– P: moestuin verdeeld in 2 stukken is meer dan genoeg. B:vruchtwisseling over 4 of 5 stukken land (dus 1x in de 4 of 5 jaar wordt een stuk land opnieuw gebruikt voor een soort bijvoorbeeld kolen.
– P: meerdere soorten groenten door elkaar. B: een of twee.
– P: de bodem houdt men zo veel mogelijk bedekt. B: soms wordt er gemulcht.
– P: weinig kans op ziekten en plagen. B: voortdurend het gevaar voor knolvoet, preimot, wortelvlieg, rupsen enz. en daar moet dan wat tegen gedaan worden.
Meerdere soorten bij elkaar geven harmonie zoals het er is in de natuur en sterkere planten. Bovendien vinden de insecten de planten die ze willen eten of waar ze hun eieren leggen moeilijker.

De moestuin klaarmaken in de herfst / begin winter
Dit is een hele eenvoudige methode. Na de oogst haal ik eventuele onkruiden weg en doe op de ene helft van de moestuin een laag compost en op de andere helft een laag paardenmest. Ik strooi er een dun laagje kalk overheen en bedek alles met een laag stro van 10-15 cm. De aarde is de hele winter bedekt en beschermd; het bodemleven blijft actief. In de lente hoef je alleen te zaaien en te poten en moet je zien hoe rul en zwart de grond is!

Op het gedeelte waar je compost op gedaan heb kun je zaaien of poten : wortelen, bieten, aardappelen, pastinaak, schorseneren, peulen, bonen, erwten, capucijners, uien.
Op het gedeelte met mest: kolen, sla, andijvie, spinazie, komkommer, tomaten (maar deze liever in een kas of beschermd tegen regen), snijbiet, raapstelen, mais, witlof, prei, uien, aardbei, pompoen.

Een braak stuk grond of een gazon tot moestuin ombouwen
In de hersft: maaien, het maaisel laten liggen, karton erop doen, veel mest of compost afhankelijk van wat je er het volgende seizoen wilt verbouwen, bedekken met die laag stro van plm. 15 cm.
In de lente: Al het gras of de onkruiden weghalen of onderspitten (2 spaden diep), compost of oude mest aanbrengen afhankelijk van wat je er wilt planten, bedekken met stro.
Als je kippen hebt: laat ze rotzooien op dat stukje land totdat ze alles kaal hebben gevreten. Hun uitwerpselen vormen dan de mest.

Effectieve Micro-organismen
Bij een nieuwe tuin gebruik ik enkele jaren Effectieve Micro-organismen. Deze zijn ‘positieve’ micro-organismen die de meute (de andere organismen) meenemen in het goede beheer van de bodem. Net als de darmflora die door omstandigheden (oraal gebruik van antibiotica) gedood kan worden met als gevolg een overheersende pathologische darmflora waardoor voedingsstoffen niet goed worden opgenomen en veel gassen, rotting en verzuring in de darmen kan plaatsvinden. In geval van de darmen kunnen we de flora reguleren door de goede darmbacteriën in te nemen die dan de verkeerde verdrijven. Idem is het met Effectieve Micro-organismen. Wat ik ervan gemerkt heb is dat de planten gezonder worden, er minder ziektekiemen in de grond aanwezig zijn (zoals knolvoet) en heel duidelijk dat de composthoop veel sneller klaar is (3-6 maanden).

Wormen zijn essentieel in een tuin. In elke tuin vind je wel wormen maar meer als er organisch materiaal in je tuin ligt. Waar ik nu anderhalf jaar woon was de tuin zo arm, netjes en ‘schoon’ dat ik van de zomer besloot wormen te kopen want ik zag er bijna geen en de composthoop ging maar langzaam verteren.

De Ruth Stout methode
Augustus 2020 hoor ik van deze methode en heb er op internet wat van gelezen. Het lijkt mij enigszins dezelfde methode als de permacultuur, alleen gebruikt het hooi in plaats van stro. Hooi zou dichter zijn dan stro en veel voedingstoffen en mineralen bevatten waardoor de bodem goed gevoed wordt. Waar de permacultuur voor een stuk grasland bewerken zonder afplaggen of omspitten karton en stro gebruikt, doet de Ruth Stout methode er gewoon 20 cm hooi op. Dus bijvoorbeeld: in de lente maaien ze het gras kort, doen iedere 50-60 cm een pootaardappel en bedekken het geheel met 20 cm hooi. Het gras zou doodgaan en verteerd worden en de aardappelen zouden een grote opbrengst hebben en je kunt de grote zo plukken en de kleinere door laten groeien. Niet gek toch? Ik ga het komende herfst en lente uitproberen!

Slakken
Veelvuldig vragen mensen mij wat ik doe tegen slakken.
Er zijn mensen – het staat in een boek over Permacultuur – die loopeenden gebruiken die de slakken opeten. Deze eenden vreten de plantjes niet op zoals de kippen doen.
Zelf pluk ik de slakken in het donker uit m’n moestuin en breng ze de volgende dag naar het bos. Vaak verschuilen ze zich overdag in de pvc buizen die ik in de grond heb gestoken; dan kan ik ze daar overdag uit halen. Dit doe ik op tijd en naar gelang de schade die ze uitrichten. Ook vind ik soms hun eitjes ondiep in de grond, ik geef die dan aan de vissen die er dol op zijn. ‘Emmersvol slakken’ zoals ik weleens hoor heb ik op die manier niet. Een slakje vinden in de sla als ik die geplukt heb vind ik niet erg, gooi ik ook in de vijver.
Voor mij is belangrijker dat ik de kleine net geplante slaplantjes voor ze bescherm, want ze zijn daar dol op. Dat doe ik met koperen kragen; het zou zo zijn dat daar een klein stroompje elektriciteit doorheen gaat als de uiteinden tegen elkaar aan zitten. Hoe dan ook bij mij helpt het. Een andere manier is door ‘s nachts potten erop te doen. Als de plantjes wat groter zijn doe ik dat niet meer; de slakken richten vooral schade op bij nieuwe plantjes waar ze als eerste het hartje van opvreten!
Uiteraard, als er veel grote hongerige slakken zijn, dan vreten ze alles op, ook kleine koolplantjes.
De naaktslakken zouden erger zijn dan de huisjesslakken omdat ze de eieren van de naaktslakken opeten.
Anderen vermoorden de slakken gewoon door er op te trappen.

Slakken korrels vind ik onverantwoord. Er is er één die geen gevaar zou opleveren voor de vogels omdat de slakken doodgaan in hun nest en niet gevonden worden door de vogels. Nou, ik heb ze één jaar gebruikt en daarna had ik toch echt veel minder egels in de tuin.

Overigens zijn wat slakken in de tuin geen probleem. Ze ruimen de afval op en maken daar mest van (hun uitwerpselen). Dus als je je sla plukt en de slechte bladeren terug op de kale aarde doet heb je twee vliegen in een klap: de aarde is bedekt en de slakken eten die blaadjes als eerste op.
Een kwestie van beleid en bijhouden dus; als je er met je aandacht bij bent is het geen probleem. Je hebt contact met je moestuin, je ziet wat er gebeurt (droogte, slakken, rupsen) en je grijpt in!

Koperen kraag

Nawoord
De ervaring die ik opgedaan heb met biologische en permacultuur moestuinen waren op zandgrond. Hoe het voor klei- en veengrond is weet ik niet.
Verder waren de gronden waarop ik mijn moestuinen begon erg arm. Pas nadat ik paardenmest binnenbracht kreeg ik Broccoli en Bloemkolen van 20-25 cm doorsnee.
Tuinieren doe je met gevoel; dat verkrijg je langzamerhand. Ik doe nooit meer iets roekeloos of routinematig. Het is een wisselwerking tussen de tuin en mij. Ik dwing de tuin niet mijn wil op! Ik haal de ‘onkruiden’ pas weg als ik de grond nodig heb. Verder komen er regelmatig aardappelen en pompoenplanten spontaan op; meestal lukt het mij om ze te laten groeien en hun bijdrage te leveren. Het is leven en laten leven, ‘geweldloos tuinieren’ met respect voor de natuur en mijn eigen grenzen.